Vanaf vrijdag 23 september 2011 start er in het Museum
Catharijne Convent een nieuwe opleiding die uniek is in
Nederland. De Museumschool is een gezamenlijk initiatief van
het MCC en de Opleiding Oude Schildertechnieken. In 10
lessen van een hele dag leer je de basistechnieken van de
traditionele schilderkunst. Je leert hoe je zelf olieverf en
temperaverf moet maken en hoe je ondergronden moet
prepareren. We werken ondermeer naar aanleiding van
schilderijen uit het depot van het museum. Micha Leeflang,
conservator van het museum, geeft uitleg over de
materiaalhistorische achtergronden van de werken in het
museum. Lukas Stofferis begeleidt het praktische deel van de
school. Het museum en zijn collectie dient als voorbeeld,
maar er wordt ook zelfstandig gewerkt aan hedendaagse
invullingen van oude voorbeelden.
Kosten inclusief materiaal en reader € 699,-. Elke
vrijdag van september t/m 9 december (m.u.v. 21 oktober en
11 november) van
10.00 uur t/m 16.00 uur. Inschrijven via
info@catharijneconvent.nl of bel 030-231 3835 tot
uiterlijk 1 september.
In België en in Frankrijk zie je het nog wel eens,
kunststudenten die in een museum aan het tekenen zijn of
die zelfs staande voor een schilderij een volledige
kopie reproduceren in olieverf. Maar het wordt ook daar
minder. De risico’s zijn veel te groot. Welk museum
tolereert brandgevaarlijke oplosmiddelen en verfstoffen
te midden van zijn kwetsbare collectie? De noodzaak van
het maken van kopieën wordt al een hele tijd niet meer
algemeen aanvaard. Ons kunstonderwijs is al decennialang
conceptueel georiënteerd en ziet niet zo veel in de
formele bravourestukjes in musea die vroeger zo werden
gewaardeerd. Maar tijden veranderen.
In het museum Catharijneconvent in Utrecht start in
september een zogenaamde museumschool. Een school die
zich laaft aan de kunstcollectie van het museum, zoals
abdijscholen zich in de middeleeuwen laafden aan de
letters van de bijbel. Het idee van de museumschool
wordt gevoed door zowel een verlangen om als museum een
initiatiefrijk cultuurcentrum te zijn, als een tendens
naar binnen toe, waarbij de eigen collectie, die meestal
in ontoegankelijke depots staat opgeslagen, een
actievere rol gaat spelen voor een bepaald deel van het
publiek. De Leidse Lakenhal organiseerde een half jaar
geleden al een sabbatical exhibition, waarbij de
bestaande collectie de hoofdrol speelde. De museumschool
van het Catharijneconvent gaat een stuk verder. Er
worden bepaalde schilderijen uit het depot gehaald, om
in een atelier verbonden aan het museum, bestudeerd en
geanalyseerd te worden. Dat gebeurt niet op een louter
wetenschappelijke manier, maar op een artistieke wijze.
Een beetje zoals vroeger in het museum gebeurde toen men
daar nog tekende en schilderde. Met het verschil dat het
initiatief nu van het museum zelf uitgaat.
Het hele idee wordt aangeblazen door een hernieuwde
aandacht voor de materiële zijde van de schilderkunst.
Schilderijen zijn daarbij in eerste instantie stukken
hout of linnen die bedekt zijn met krijt en gekleurde
pigmenten, en worden daarna pas de betekenisdragers
waarvoor wij zo veel ontzag hebben gekregen. De
museumschool is een poging om de weg terug te vinden
naar de onstaansgeschiedenis van oude kunst. Hoe werden
panelen voorbehandeld, hoe bracht met een schets over op
een krijtgrond, hoe bouwde men de eerste lagen op? Een
hele reeks van dit soort vragen worden door het maken
van reconstructies beantwoord. Het doel van die
reconstructies is niet om restaurateurs of
meestervervalsers op te leiden, maar om meer inzicht te
krijgen in wat schilderen na 500 jaar nog steeds is.
Namelijk het opbouwen van dunne lagen verf in een
weldoordachte volgorde, rekeninghoudend met de optische
eigenschappen van zowel de pigmenten als bindmiddelen.
Het opnieuw aanleren van een vak.
De museumschool wordt gedragen door de theoretische
kennis op dit vakgebied van Micha Leeflang, conservator
oude kunst van het Catharijneconvent, en de praktische
ervaring van Lukas Stofferis, initiatiefnemer van de
Opleiding Oude Schildertechnieken in ’s-Hertogenbosch.
Beiden hebben een grote voorliefde voor het materiële
aspect van oude kunst. Het vakmanschap van de oude
meesters is voor hen een van de meest zinvolle
leerscholen voor een dieper inzicht in de schilderkunst.
Het kan een totaal nieuwe sensatie opleveren als men
hiermee gevoed een museum bezoekt, maar het kan ook een
andere houding opleveren bij het maken van hedendaagse
kunst. De museumschool richt zich doelbewust op beide
stimulansen. De school start op vrijdag 24 september en
kent een beperkt aantal plaatsen. De lessen worden
gegeven op vrijdagen van september tot en met december.