CASEÏNE

Caseïne is kaasstof en het wordt gemaakt van vette melk. Door melk opzettelijk zuur te laten worden, wordt stremsel en melkwei van elkaar gescheiden. Stremsel wordt al millennia lang gebruikt als bindmiddel voor verf. Caseïne lost niet in water op en er moet een derde stof (activator) aan toegevoegd worden om er een waterverf van te kunnen maken. Een alkalische stof kan werken als activator en je krijgt dan een taai lijmachtig bindmiddel. Hetzelfde gebeurt als er een ammoniakachtige oplossing wordt toegevoegd. Er zijn dus twee varianten van caseïneverf: één met ammoniak (of borax) en één met kalk. Beiden zijn emulsieverven.

 

Met kalk aangemaakte caseïne heeft een heel eigen karakter. Het lijkt sterk op fresco, en het is ook de meest frequent en adequaat toegepaste seccotechniek. Met kalkcaseïne kunnen op een droge manier correcties en restauraties op een fresco worden uitgevoerd. We noemen Punische was en kalkcaseïne ook wel ‘semi-frescotechnieken’ omdat ze zo op fresco lijken, maar het toch niet zijn. Met ammoniumcarbonaat aangemaakte caseïne heeft een heel ander karakter dan kalkcaseïne. Het is minder licht en het laat de kleuren dieper doorschijnen. Het komt qua karakter in de buurt van tempera, maar het is tegelijkertijd minder ‘scherp’, en meer geschikt voor glaceren.

 

Caseïneverf is een oude bekende onder de verfsoorten. De Amish in Noord Amerika gebruiken het al eeuwen voor het beschilderen van hun huizen en meubelen. Veel hedendaagse kunstenaars ontdekken de kracht van deze eigenzinnige verfsoort, die vooral op papier en paneel goed tot zijn rechtkomt.

 

Workshop Semi-Frescotechnieken op 2 april 2011. Kalkcaseïne is een semi-frescotechniek, net als Punische was.

 

Inschrijven?